Leren schrijven

Schrijven is een complexe motorische vaardigheid om te leren. Om het handschrift aan te leren en goed onder de knie te krijgen moeten kinderen allerlei vaardigheden beheersen, de zogenaamde schrijfvoorwaarden.

The big 5!

  1. kleine- en grote motoriek

De motoriek wordt verdeeld in de grote en de kleine motoriek. Beide zijn voor het leren schrijven van belang en kunnen onafhankelijk van elkaar geoefend worden. Gezonde kinderen bewegen graag. Schrijven is een klein-motorische oefening, die veel lichamelijke coördinatie vraagt. Alleen al in de hand moeten 29 gewrichtjes en 35 spieren samen werken. Door de zithouding (denk aan het evenwicht), pengreep en de beweging is het hele lijf bij het schrijven betrokken om tot optimaal resultaat te komen.

  1. ruimte-oriëntatie

Al spelend in de ruimte ontdekt het kind de ruimte om zich heen. Om zich goed in de ruimte en op het platte vlak, ook op het papier, te kunnen bewegen is een ontwikkeld richtingsgevoel noodzakelijk. Het kind moet de begrippen ‘omhoog, omlaag, naar voren, naar achter, naar links, naar rechts draaien’ begrijpen en de desbetreffende handelingen kunnen uitvoeren. Ervaring is de beste leermeester! Pas bij voldoende besef van verhoudingen is het lijf in staat tot verfijnde motorische handelingen.

  1. kritisch waarnemen

Het kind leert met aandacht naar de dingen kijken, details benoemen en nadenken of het wel klopt wat het ziet: een rechthoekige tafel met drie poten i.p.v. vier poten, een stip ontdekken in een cirkel? Het goed leren kijken stimuleert het denkvermogen.

  1. vormonderscheidingsvermogen

Daarmee wordt het kunnen zien van verschillen tussen voorwerpen en vormen ontwikkeld. Welk kopje heeft twee oren? In welke cirkel staat een dikke stip? In welk vierkant staat een schuine streep?

Om vormen te kunnen onderscheiden en herkennen wordt een groot beroep gedaan op het visuele geheugen. Voor een deel van de kinderen werkt een auditieve omschrijving ondersteunend en bij anderen het voelen van het voorwerp of de vorm. Als een kind vormen niet goed met elkaar kan vergelijken, zal het letters die op elkaar lijken moeilijk kunnen onderscheiden.

  1. oog-handcoördinatie

Dit is de samenwerking tussen ogen en schrijfhand, tussen zien en bewegen.

Na het kunnen vastpakken van een voorwerp kan een verfijndere ontwikkeling gestart worden: met een voorwerp op iets krabbelen. Pech als dat met stift op het keukenkastje is; leuk als het met een stok op het bospad is of op een vel papier dat past bij de armslag van het kind. Oog-handcoördinatie leidt tot vormherkenning, die noodzakelijk is bij het leren schrijven. De bewegingen zijn echter niet statisch, ze gaan altijd gepaard met een emotie. De bewegingspatronen, op het platte vlak, moeten tevens op het fysieke vlak beleefd worden.